De Wetgever had bij Wet van 15 mei 2024 art.479 van het Wetboek van strafvordering aangepast, waarbij advocaat-plaatsvervangers niet langer voorrecht van rechtsmacht zouden ‘genieten’. Die wijziging wordt nu ongedaan gemaakt door ons Grondwettelijk Hof bij arrest Arrest nr. 125/2025 van 25 september 2025 (Rolnummers : 8298, 8360 en 8373, zie https://nl.const-court.be/public/n/2025/2025-125n.pdf )
Voorrang van rechtsmacht:
Voorrang van rechtsmacht is een juridisch principe in België waarbij magistraten en bepaalde hoge ambtenaren bij het plegen van een misdaad of wanbedrijf rechtstreeks voor het hof van beroep en niet voor de lagere rechtbanken verschijnen.
Het systeem is ingesteld om hen te beschermen tegen lichte klachten en om een zweem van partijdigheid te voorkomen bij een berechting door hun collega’s.
Hoewel het de naam ‘voorrecht’ draagt, houdt het geen bevoorrechte behandeling in, maar een specifieke procedure die een ander niveau van rechtspraak garandeert.
Wat het inhoudt:
- Speciale Procedure: In plaats van dat een magistraat door de correctionele rechtbank wordt beoordeeld, verschijnt hij direct voor het hof van beroep, dat een hogere rechtbank is.
- Beperkte Toegang: Dit betekent dat een magistraat het recht op een “eerste aanleg” verliest.
De redenen voor het bestaan van het systeem zijn tweeledig:
- Bescherming tegen lichtzinnige klachten: Het systeem moet voorkomen dat magistraten te snel met klachten worden geconfronteerd die niet terecht zijn.
- Voorkomen van partijdigheid: Door een magistraat niet door zijn directe collega’s te laten beoordelen, wordt de schijn van subjectiviteit of bevooroordeling vermeden.
Afschaffing voor Plaatsvervangende magistraten:
Plaatsvervangende magistraten zijn tijdelijke rechters of raadsheren die worden aangesteld om een zittende magistraat te vervangen bij afwezigheid, ziekte, of wanneer een zaak niet voltallig behandeld kan worden. Ze zijn doorgaans werkzaam als advocaat, notaris, of universiteitsprofessor en worden, na het afleggen van een examen, opgeroepen om een zitting te vervolledigen en de instroom van zaken te verzekeren.
Het voorrecht van rechtsmacht verviel voor plaatsvervangende rechters met de invoering van de Digitaliseringswet II op 28 november 2024.
Vóór deze wetswijziging golden voor plaatsvervangende rechters vaak dezelfde regels voor het voorrecht van rechtsmacht als voor magistraten in het algemeen, wat inhield dat ze voor ernstige misdrijven rechtstreeks voor het hof van beroep verschenen.
Na de wetswijziging gold deze regel niet meer en werden plaatsvervangende rechters, net als andere burgers, behandeld door de normale rechtbank van eerste aanleg.
Een aantal onder hen, waaronder ondergetekende, dienden een vernietigingsberoep in bij het Grondwettelijk Hof.
Vernietiging door het Grondwettelijk Hof:
Opmerkelijk waas dat de voorrang van rechtsmacht enkel werd vernietigd voor advocaat-plaatsvervangers, niet voor andere plaatsvervangers.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde nu dat deze afschaffing van de voorrang van rechtsmacht inderdaad vernietigd moet worden.
Het Hof schreef:
B.15.3. De uitsluiting van de plaatsvervangende rechters en de plaatsvervangende raadsheren van het toepassingsgebied van het voorrecht van rechtsmacht heeft evenwel onevenredige gevolgen in het licht van de in B.2.1 vermelde doelstellingen van algemeen belang die het stelsel van het voorrecht van rechtsmacht beoogt te beschermen. Plaatsvervangende rechters en plaatsvervangende raadsheren zijn niet permanent, maar wel effectief met de rechtsbedeling belast. Die effectieve uitoefening van de rechterlijke functie volstaat om hen, in zoverre zij recht spreken, bloot te stellen aan het risico op roekeloze, onverantwoorde of tergende vervolgingen die beogen hen te destabiliseren in de uitoefening van die rechterlijke functie. Dit brengt de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid in het gedrang in de zaken waarin ze recht spreken en is van dien aard het vertrouwen van het publiek in het rechtssysteem aan te tasten. B.15.4. In zoverre het de plaatsvervangende rechters en de plaatsvervangende raadsheren uitsluit van het voorrecht van rechtsmacht, schendt artikel 43 van de wet van 15 mei 2024 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Bijgevolg dienen in artikel 479, eerste lid, eerste streepje, van het Wetboek van strafvordering de woorden « met uitzondering van de plaatsvervangende rechters », in artikel 479, eerste lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek de woorden « of de plaatsvervangende rechters » en in artikel 479, eerste lid, derde streepje, van hetzelfde Wetboek de woorden « of de plaatsvervangende raadsheren » te worden vernietigd.
Onmiddellijke werking ?
Als het Grondwettelijk Hof een wetsartikel vernietigt, wordt die bepaling geacht nooit te hebben bestaan, met terugwerkende kracht. De vernietiging treedt in werking vanaf de bekendmaking in het Staatsblad en is bindend voor iedereen. Echter, het Hof kan ervoor kiezen om bepaalde gevolgen van de vernietigde bepaling toch te laten gelden, of om de wetgever een termijn te geven om een nieuwe wet te maken, om zo de rechtszekerheid te waarborgen.
In deze oordeelde het Hof:
vernietigt in artikel 479, eerste lid, eerste streepje, van het Wetboek van strafvordering de woorden « met uitzondering van de plaatsvervangende rechters », in artikel 479, eerste lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek de woorden « of de plaatsvervangende rechters » en in artikel 479, eerste lid, derde streepje, van hetzelfde Wetboek de woorden « of de plaatsvervangende raadsheren »;
Aldus werd voorzien in een onmiddellijke werking met terugwerkende kracht voor de vernietiging. Ze heeft:
- Retroactiviteit: De vernietiging werkt terug in de tijd, waardoor de niet-conforme wet niet langer deel uitmaakt van het rechtssysteem.
- Absoluut gezag van gewijsde: Vanaf de bekendmaking in het Staatsblad heeft het arrest van het Grondwettelijk Hof een bindende werking voor de overheid en burgers.
- Gevolgen van de vernietiging:
- Verdere gevolgen: Bestuurlijke akten en rechterlijke uitspraken die gesteund zijn op de vernietigde norm blijven wel van kracht, tenzij een termijn van zes maanden na de bekendmaking van het arrest wordt gebruikt om ze aan te vechten.
- Gevolgen bepalen: Het Hof kan ook zelf de gevolgen bepalen van de vernietiging. Het kan ervoor kiezen om bepaalde gevolgen wel te laten doorlopen of om een termijn te geven aan de wetgever om een nieuwe norm te creëren.
https://nl.const-court.be/public/n/2025/2025-125n.pdf