Niet alle drugs zijn verboden in België: bijvoorbeeld alcohol, tabak en geneesmiddelen zijn legaal, maar er bestaan een aantal wetten die beperkingen opleggen. Bijvoorbeeld wat de productie, handel of reclame betreft.

Andere drugs (zoals cannabis, speed, lsd, xtc, cocaïne, heroïne, …) zijn door de wet verboden en daardoor illegaal. Over deze drugs gaat deze bijdrage: over de illegale drugs.

Uiteraard zijn drugs strafbaar in België. Ook softdrugs. Sinds de wijziging van de drugwet in 2003 heeft cannabis wel een speciale plaats binnen de illegale drugs.Cannabis is in principe even illegaal als cocaïne of heroïne in ons land, maar het Openbaar Ministerie heeft er de laagste vervolgingsprioriteit aan gegeven ( let wel: zuiver gebruik door meerderjarigen ! Dus: in zoverre er geen minderjarigen betrokken zijn, of er geen sprake is van problematisch gebruik, er geen sprake is van handel , softdrugs halen in Nederland blijft ‘invoer’ etc…..).

Als het niet verboden is, dan mag het: zie daar het legaliteitsbeginsel in essentie. Als het illegaal karakter van verdovende middelen in ons land duidelijk is, rijst dus de vraag naar de wettelijke bepalingen die voorzien in strafbaarstellingen enerzijds, en bestraffingen anderzijds. Een overzicht:

De Drugwet van 24 februari 1921:

De Drugwet van 24 februari 1921  is de basis van de strafbaarstelling van drugsmisdrijven. Hierin liggen de meeste strafbaarstellingen vervat, al zijner ook een aantal koninklijke besluiten, waarin zogenaamde ‘uitvoeringsmaatregelen’ genomen worden. Waar een wet meestal in algemenere bewoordingen wordt opgesteld, zal een koninklijk besluit concreter en specifieker zijn. Koninklijke besluiten zijn als het ware de verdere uitwerking van wetten.

De Drugwet somt verschillende soorten drugsmisdrijven op die in België strafbaar zijn. Het gaat onder meer om bezit, vervoer, teelt en handel in verdovende middelen.

Daarenboven wordt er in de Drugwet nog een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten drugs, zoals cannabis, cocaïne, heroïne, amfetamine e.d. De respectievelijke straffen die gesteld worden op de misdrijven, hangt af van het type drugs waarmee men te maken heeft.

In 2003 werd de drugwet gewijzigd. Sindsdien maakt ze een onderscheid tussen cannabis en andere illegale drugs (cocaïne, heroïne, xtc, speed, …). Toch is en blijft cannabis een illegale drug. Aan cannabisbezit en/of –gebruik kan altijd een straf vasthangen.

Volgens de Belgische wetgeving zijn bezit, verkoop, aankoop en invoer van drugs als XTC, speed, cocaïne en GHB verboden. Ook aan iemand de gelegenheid bieden om deze producten te gebruiken is strafbaar. De wet zegt niet uitdrukkelijk dat gebruik strafbaar is. Strikt genomen kan je dus niet voor gebruik veroordeeld worden. In de praktijk kan je natuurlijk moeilijk ‘gebruiken’ zonder te ‘bezitten’.

Bezit van drugs:

Het bezit van drugs, ofwel het “wederrechtelijk (d.w.z. illegaal) bezit van verdovende middelen” is in België strafbaar. Indien men betrapt wordt op het gebruiken of louter bezitten van drugs, zal de politie dus een proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt doorgestuurd naar het parket, dat op haar beurt de mogelijkheid heeft om de overtreder te dagvaarden voor de correctionele rechtbank.

Ook wat cannabis betreft, is de wetgeving klaar en duidelijk: cannabis is een verboden product en elk bezit of gebruik ervan is strafbaar. De enige kanttekening die hierbij te maken is, is dat aan cannabisgebruik een lage vervolgingsprioriteit gegeven wordt onder bepaalde voorwaarden.

Meer bepaald gaat het om het bezit van maximum 3 gram of 1 geteelde plant (dus voor persoonlijk gebruik), door een meerderjarige persoon, waarbij het bezit niet gepaard gaat met verzwarende omstandigheden of verstoring van de openbare orde.

Bijgevolg is dit beleid eerder vaag en zorgt het voor rechtsonzekerheid. In de meeste gevallen zal men immers niet vervolgd worden voor het bezit van minder dan 3 gram cannabis, maar nu in Antwerpen bijvoorbeeld nadrukkelijk “the war on drugs” werd afgekondigd, is onduidelijkheid troef en is voorzichtigheid geboden.

LET OP !! De wet van 2003 veranderde niets voor wie minderjarig (jonger dan achttien jaar) is: bezit en gebruik van zowel cannabis als van andere illegale drugs blijft in alle omstandigheden verboden. Wordt een minderjarige betrapt met drugs, dan maakt de politie een PV op en bezorgt dit aan het parket. Ook de ouders worden verwittigd.

  • Het parket bekijkt je situatie en oordeelt of het nodig is om de jeugdrechter in te schakelen. Het parket kan één van volgende beslissingen nemen:
  • je dossier meteen seponeren (klasseren zonder gevolg), bijvoorbeeld wanneer er twijfel is of je het delict wel echt hebt gepleegd.
  • een waarschuwingsbrief sturen of een mondelinge waarschuwing geven, waarna je dossier eveneens wordt geseponeerd.
  • een bemiddeling voorstellen tussen jou, je ouders en het slachtoffer 2.
  • voorstellen dat je een positief project bedenkt. Je kan dit doen samen met een dienst die met jou en je ouders bekijkt hoe het komt dat je drugdelicten pleegt en wat je hieraan kan doen. Het voorstel wordt voorgelegd aan de parketmagistraat (max. 30u en binnen de 6 maanden afgerond).
  • Het parket kan ook zelf voorwaarden opleggen.

 

Word je als meerderjarige betrapt op het bezit van een kleine hoeveelheid cannabis voor persoonlijk gebruik, dan zal er een vereenvoudigd proces-verbaal worden opgesteld. De politie zal de cannabis in beslag nemen. Verder word je nog eens herinnerd aan de norm: cannabis is verboden.

Cannabisbezit voor persoonlijk gebruik houdt in:

  • maximum hoeveelheid van 3 gram;
  • 1 geteelde vrouwelijke plant;
  • cannabis onder andere vormen (olie, snoep,…) valt hier niet onder.

Er wordt wel een volwaardig PV opgemaakt als er verzwarende omstandigheden zijn:

  • misdrijven gepleegd ten aanzien van minderjarigen, waaronder: cannabisgebruik of -verhandeling (dealen) in aanwezigheid van minderjarigen, minderjarigen aanzetten tot cannabisbezit of -gebruik, …
  • je bent lid van een vereniging die drugs levert (een bende dealers);
  • je veroorzaakt door cannabisgebruik bij anderen een ongeneeslijke ziekte, blijvende arbeidsongeschiktheid, verlies van een orgaan, zware verminking of de dood.
  • Als de openbare orde verstoord wordt:
  • bezit in een gevangenis of instelling voor jeugdbescherming;
  • bezit in een school of gelijkaardige instelling of in hun onmiddellijke omgeving.
  • openlijk bezit in een openbare plaats of een plaats die toegankelijk is voor

het publiek (bijvoorbeeld een ziekenhuis)

Wat gebeurt er als je met (hard) drugs betrapt wordt?

Als je met drugs betrapt wordt, moet de politie altijd een proces-verbaal (PV) opstellen (op enkele uitzonderingen na). Het PV beschrijft wat er werd vastgesteld. Tegelijk zal de politie je vragen een verklaring af te leggen.

Men zal je meestal ook fouilleren en eventueel een huiszoeking met toestemming uitvoeren. Meer uitleg daarover vind je hieronder. Eventueel gevonden drugs worden in beslag genomen.

Het PV wordt nadien doorgestuurd naar het parket. Normaal word je direct terug vrijgelaten, maar wanneer het gaat om zware feiten verwittigt de politie onmiddellijk het parket.

Bij het parket kan de Procureur beslissen om:

  • je toch vrij te laten en eventueel aan de politie bijkomende onder-

zoeksopdrachten te geven: de substituut laat bijvoorbeeld beslag leggen op de auto waarmee de drugs vervoerd werden of op geld dat werd verdiend met drughandel.

  • je ‘ter beschikking te stellen’. In dat geval moet een onderzoeksrechter, binnen 48 uur na je aanhouding door de politie beslissen of je aan gehouden blijft ( in de gevangenis of thuis) of terug vrijgelaten kan worden ( eventueel onder voorwaarden).

Nadat het parket het ( eenzijdige en niet-tegensprekelijke) onderzoek heeft afgerond, wordt beslist of je al dan niet vervolgd wordt.

Bij het parket kan de Procureur dezelfde maatregelen treffen als diegene die hierboven beschreven werden voor cannabisbezit en/of -gebruik, namelijk seponering, minnelijke schikking, pretoriaanse probatie, bemiddeling in strafzaken en doorverwijzing naar de correctionele rechtbank.

De klemtoon ligt op hulpverlening en niet op bestraffing. Hier is er geen verschil met overtredingen in verband met cannabis die door het parket worden onderzocht.

Verkoop van drugs:

Daarnaast is het strafbaar om verdovende middelen te verkopen, te koop aan te bieden, af te leveren, of te leveren zonder vergunning. Het is hierbij irrelevant of de transactie van verdovende middelen (drugs) gebeurt “ten bezwarende titel”, d.w.z. tegen betaling, of “om niet”, d.w.z. zonder winst te maken, de zgn ‘vriendendienst’.

Bijgevolg is elke vorm van handel in drugs strafbaar. Zelfs indien men gratis drugs zou uitdelen of wanneer er binnen een vriendengroep drugs wordt uitgewisseld zonder hiervoor geld te vragen, begaat men dus een misdrijf.

Voor verkoop van illegale drugs is men uiteraard strenger. De nadruk ligt minder op hulpverlening, en de zaak zal vaker voor de correctionele rechtbank eindigen ( in de praktijk eigenlijk altijd)

Als de zaak door de raadkamer wordt doorverwezen naar de correctionele rechtbank, of het parket dagvaardt voor de correctionele rechtbank is er wél nog een verschil tussen soft-en hard drugs dealen: waar er voor cannabis minder zware politionele straffen mogelijk zijn, gelden voor andere illegale drugs enkel de correctionele straffen uit de wet van 24 februari 1921.

De correctionele rechtbank kan volgende maatregelen nemen:

  1. De algemene regel is dat je voor drugzaken een gevangenisstraf tussen drie

maanden en vijf jaar en een geldboete tussen € 1.000 en € 100.000 kan

krijgen (vermenigvuldigd met 8).

De wet bepaalt dus een minimum- en een maximumstraf, waartussen de rechter de straf kan bepalen. Zo kan de straf aangepast worden aan de situatie van de persoon en aan de gepleegde feiten. De rechtbank kan rekening houden met verzwarende omstandigheden. Wanneer er daarentegen verzachtende omstandigheden zijn, kan de rechtbank een lichtere straf uitspreken. Ze kan bijvoorbeeld een deel van de gevangenisstraf of boete voorwaardelijk uitspreken. Bijvoorbeeld: van een geldboete van € 5.000 moet je slechts € 500 betalen. Zolang je gedurende een opgelegde proefperiode (maximum vijf jaar) op het rechte pad blijft, moet je de rest van de boete niet betalen.

  1. Naast een gevangenisstraf en een geldboete, kan de rechtbank ook alle zaken die verband houden met de inbreuk en die in beslag genomen werden, verbeurdverklaren. De drugwetgeving maakt dit ook mogelijk wanneer ze geen eigendom zijn van de betichte. Bijvoorbeeld: de auto van een vriend waarmee drugs vervoerd werden, of geld dat verdiend werd met dealen.
  2. De rechtbank kan de straf eveneens opschorten of uitstellen, al dan niet onder bepaalde voorwaarden. Als er voorwaarden worden opgelegd, heet dat probatie-opschorting of probatie-uitstel. Bij probatie-opschorting wordt geen straf uitgesproken zolang je je aan de voorwaarden houdt; bij probatie-uitstel wordt er wel een straf uitgesproken, maar wordt ze niet uitgevoerd als je de voorwaarden naleeft. Bij probatie-opschorting komt er geen vermelding op je strafblad, bij een probatie-uitstel komt de veroordeling er wel op te staan.

De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zijn: geregeld een centrum voor hulpverlening opzoeken, niet omgaan met druggebruikers, geen alcohol en andere drugs gebruiken, een vormingscursus over drugs volgen.

De rechter heeft ook de mogelijkheid om een ‘autonome werkstraf’ op te leggen. Dit is een straf waarbij je verplicht wordt om een aantal uren te werken ten bate van de gemeenschap.

Na de uitspraak door de rechter is het de probatiecommissie die er samen met de justitieassistent op toeziet dat je de opgelegde voorwaarden naleeft of de werkstraf uitvoert.

Hou je je niet aan de voorwaarden, dan kan de probatiecommissie aan het parket vragen om de zaak opnieuw voor de rechtbank te brengen. De rechtbank kan je dan tot een effectieve straf/boete veroordelen of opnieuw een probatiemaatregel opleggen met aangepaste voorwaarden. Belangrijk om weten is dat probatiemaatregelen veel gebruikt worden bij inbreuken op de drugwet. Deze gunst kan je als druggebruiker steeds toegekend worden, ook al voldoe je normaal niet aan de wettelijke voorwaarden.

Mag de politie een huiszoeking doen?

Er zijn verschillende soorten huiszoekingen:

  • De huiszoeking met toestemming

Dat betekent dat je als huurder of eigenaar van de woning de schriftelijke toestemming geeft aan de politie om je woning te betreden. Pas nadat je die toestemming hebt ondertekend, kan de politie met de eigenlijke huiszoeking beginnen. Vanaf dat ogenblik kan men je woning doorzoeken en alles wat als bewijsmateriaal kan dienen, in beslag nemen.Aangezien je zelf de toestemming geeft, kan zo’n huiszoeking dag en nacht gebeuren. Hoewel je het recht hebt om de huiszoeking te weigeren, zal dat in de praktijk niet echt goed overkomen. Het kan de politie de indruk geven dat je iets te verbergen hebt. In dat geval zal ze proberen zo snel mogelijk een huiszoeking met een bevel van de  onderzoeksrechter uit te voeren.

  • De huiszoeking op bevel van de onderzoeksrechter

Zo’n bevel betekent dat, ondanks je eventuele verzet als huurder of eigenaar, de huiszoeking toch mag plaatsvinden. Als er niemand thuis is, mag de politie een slotenmaker oproepen. Een huiszoeking op bevel kan enkel tussen vijf uur ‘s ochtends en negen uur ‘s avonds. Bij een huiszoeking op bevel kan de politie enkel zaken in beslag nemen die verband houden met het misdrijf waarvoor het bevel werd afgeleverd.

Bijvoorbeeld: de onderzoeksrechter geeft een huiszoekingsbevel voor inbreuken op de drugwetgeving. De politie mag dan enkel zaken opsporen die daarmee te maken hebben. Ze mag bijvoorbeeld niet op zoek gaan naar gestolen voorwerpen. Als de politie tijdens de huiszoeking bij toeval gestolen voorwerpen zou vinden, dan moet ze daarvan een nieuw proces-verbaal opmaken.

  • De huiszoeking op grond van artikel 6 bis van de drugwet

Dit artikel bepaalt dat de politie te allen tijde (dus ook ‘s nachts) zonder toestemming van de bewoner mag binnengaan in plaatsen waarvan ze ernstige vermoedens heeft dat er drugs opgeslagen liggen, dat er drugs vervaardigd, bereid of bewaard worden of dat er drugs gebruikt worden in aanwezigheid van minderjarigen. Vooraleer de politie zich op artikel 6 bis beroept, zal ze al heel wat informatie hebben verzameld door verklaringen van personen en door de plaats of de woning in de gaten te houden.

Bestraffing: gevangenisstraffen, geldboetes en verbeurdverklaring:

Er worden voor bezit van verdovende middelen grosso modo vier politionele straffen onderscheiden:

  1. voor een eerste overtreding een boete van € 15 tot € 25 (te vermenigvuldigen met 8, in werkelijkheid dus € 120 tot € 200);
  2. bij herhaling binnen een jaar na de eerste overtreding een boete van € 26 tot€ 50 (te vermenigvuldigen met 8, in werkelijkheid dus € 208 tot € 400);
  3. gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 maand en een geldboete van € 50 tot € 100 (te vermenigvuldigen met 8, in werkelijkheid dus € 400 tot € 800), in geval van een nieuwe herhaling binnen een jaar na de tweede veroordeling;
  4. gevangenisstraf van 3 maanden tot 1 jaar en/of een geldboete van € 1.000 tot € 100.000 (te vermenigvuldigen met 8, in werkelijkheid dus € 8.000 tot € 800.000) bij openbare overlast.

Gaan inbreuken op de drugwetgeving gepaard met verzwarende omstandigheden, dan  blijven de correctionele straffen van de wet van 24 februari 1921 volledig van toepassing: geldboete en/of gevangenisstraf.

Bij invoer, vervaardiging, vervoer en aanschaf van drugs (dus ook cannabis) geldt een strafverzwaring ( zie hierboven). De rechtbank moet in zo’n geval steeds een geldboete én een gevangenisstraf uitspreken. Voor de wijziging van 2003 had de rechter de keuze om enkel een geldboete of een gevangenisstraf of beide uit te spreken.

Artikel 2bis van de Drugwet van 24 februari 1921 bepaalt dat een overtreding van de bepalingen van deze wet, alsook de daaraan gekoppelde koninklijke besluiten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 3 maanden tot 5 jaar en met een geldboete van € 100 tot € 100 000. Deze geldboete is nog te vermenigvuldigen met de opdeciemen, d.w.z. dat ze nog maal 8 wordt gedaan. Als de rechtbank je dus een geldboete oplegt van € 1000, zal je in de praktijk € 8000 moeten betalen.

De respectievelijke straffen die gesteld worden op de verschillende misdrijven, hangt bovendien af van het type drugs waarmee men te maken heeft (bijv. cocaïne, cannabis, heroïne, MDMA, amfetamine, GHB,…).

Daarnaast worden hogere straffen opgelegd wanneer de misdrijven betrekking hebben op minderjarigen of wanneer de feiten kaderen binnen de activiteiten van een vereniging of organisatie.

Tot slot kan de rechtbank, naast de gevangenisstraf en de geldboete, overgaan tot verbeurdverklaring van alle zaken die verband houden met de inbreuk. De verbeurdverklaring is een sanctie waarbij men het eigendomsrecht over bepaalde goederen (bijv. auto, cash geld, gsm) verliest en deze zaken eigendom worden van de Belgische staat.

Bijzonder aan drugsmisdrijven is dat de verbeurdverklaring ook mogelijk is wanneer de in beslag genomen zaken geen eigendom zijn van de overtreder. Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat iemand bij de verkoop van drugs gebruik maakt van de auto van een vriend of van één van zijn familieleden. In dat geval kan de rechtbank deze auto verbeurd verklaren, zelfs wanneer de eigenaar van de wagen kan aantonen dat hij niet op de hoogte was van het feit dat zijn wagen gebruikt zou worden voor het verhandelen van drugs.