Wie leest er mee op uw sociale media? deel 1: het Yahoo-arrest.

De Yahoo-zaak is een erg principiële die 6 jaar aansleepte tot het Hof van Cassatie in 2015 een zgn. ‘mijlpaalarrest’ velde. (Cass. (2e k.) AR P.13.2082.N, 1 december 2015).

Alles begon in 2007 tijdens een onderzoek naar online oplichting bij het Dendermondse parket. Criminelen hadden onder een schuilnaam een e-mailadres geregistreerd bij het Amerikaanse internetbedrijf. Met die valse e-mailadressen bestelden de criminelen laptops op de site van een elektronicawinkel in Aalst. Na de levering werden de toestellen niet betaald.

Toen de winkeluitbater een klacht indiende bij het gerecht, waren die valse e-mailadressen een belangrijk spoor voor de speurders. Daarom vroegen ze rechtstreeks aan Yahoo vanaf welk ip-adres ze waren gemaakt. Zo’n ip-adres is een unieke code die elk toestel met een internetverbinding identificeert. Op basis daarvan kan de locatie van een internetgebruiker worden bepaald.

Maar Yahoo weigerde die gegevens zomaar over te maken. Het bedrijf vond dat het parket zijn vraag moest stellen via een (tijdrovend) verzoek om internationale rechtshulp. Want Yahoo vond dat het niet onder de Belgische maar de Amerikaanse regels viel.

Het parket zag dat anders: Yahoo biedt in ons land e-mail aan, dus moet het bedrijf zich ook schikken naar de regel dat telecombedrijven verplicht zijn mee te werken met het gerecht.

De rechtbank van Dendermonde veroordeelde Yahoo al in 2009. Het bedrijf ging in beroep, met een zware procedureslag als gevolg.

De veroordeling werd door het Gentse hof van beroep ongedaan gemaakt, waarop het parket naar het Hof van Cassatie trok. Dat oordeelde in januari dat de Gentse raadsheren fout zaten en verwees de zaak naar het Brusselse hof van beroep.

Daar argumenteerde het parket dat Yahoo! een elektronische communicatiedienst verstrekt en daarom wettelijk verplicht is mee te werken aan gerechtelijke onderzoeken door bijvoorbeeld een IP-adres van een gebruiker vrij te geven. “Alle andere e-maildiensten, zoals Microsoft, Google en Facebook, doen het wel, alleen Yahoo! weigert, omdat het zogezegd niet in België aanwezig is en niet onder de Belgische wetgeving valt”, argumenteerde het parket. “Terwijl één blik op het internet leert dat Yahoo! commercieel wel degelijk aanwezig én actief is in België.”

Het Hof van beroep in Brussel zag dat anders. Volgens de Brusselse raadsheren bevindt Yahoo! zich niet in België, maar in Californië, in de Verenigde Staten, waar het Belgische openbaar ministerie geen bevoegdheid heeft. Een rechtstreekse vordering richten tot Yahoo! kon het parket dus niet, aldus het hof van beroep. Opnieuw ging het parket cassatie en opnieuw heeft het Hof van Cassatie de vrijspraak van Yahoo! verbroken. Vervolgens mocht het Hof van Beroe van Antwerpen zich over het dossier moet buigen. Het Antwerpse Hof veroordeelde Yahoo! opnieuw, waarop het bedrijf naar het Hof van Cassatie trok om haar veroordeling aan te vechten.

In deze zaak meende Yahoo telkenmale geen medewerking te moeten verlenen om een aantal vermeende oplichters te identificeren, omdat zij (nevengeschikt) van mening was dat zij als webmailprovider geen verstrekker was van een elektronische communicatiedienst (personeel toepassingsgebied). Deze stelling werd dus afgewezen door het Hof van Cassatie in 2015 (Cass. (2e k.) AR P.13.2082.N, 1 december 2015).

Het Hof van Cassatie vond (vindt) dat Yahoo zich moet schikken naar de Belgische regels. ‘Het bedrijf biedt hier gratis e-mail aan en neemt deel aan het Belgisch economisch leven’, oordeelt Cassatie. De veroordeling die Yahoo opliep omdat het niet meewerkte ( tot ‘slechts’ een boete van 44.000 euro) is daardoor definitief en een belangrijk precedent geworden ( inmiddels werd bvb. ook het bedrijf ‘Skype’ veroordeeld in een gelijkaardige zaak).

Ook wetgevend kwam één en ander in beweging. De Yahoo-zaak zorgde finaal voor een uitbreiding van het toepassingsgebied ( met name kwam er de wet van 25 december 2016) om dergelijke discussies te vermijden.

Door de Wet van 25.12.2016 in de artikelen 46bis en 88bis Sv. de term ‘verstrekker van elektronische communicatienetwerken en -diensten’ en in art. 90quater Sv. de term ‘verstrekker van telecommunicatienetwerken en -diensten’ vervangen door de definitie uit het arrest van het Hof van Cassatie d.d. 18.01.2011: ‘

iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen’.

In de voorbereidende werken van de Wet van 25 december 2016 houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering en het Strafwetboek, met het oog op de verbetering van de bijzondere opsporingsmethoden en bepaalde onderzoeksmethoden met betrekking tot internet en elektronische en telecommunicaties en tot oprichting van een gegevensbank stemafdrukken (ParI. St. Kamer 2015-16, 1966/001, 65) wordt verduidelijkt dat het voormalige begrip ‘verstrekker van een elektronische communicatiedienst’ (art. 46bis, 88bis en 90quater, §2 Sv.) wordt vervangen door een nieuwe, ruimere omschrijving die overeenstemt met de interpretatie van het Hof van Cassatie in zijn ‘Yahoo-arrest’ d.d. 18.01.2011: ‘iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden.’

Daar wordt in het wetsontwerp, om reden van duidelijkheid, het volgende aan toegevoegd: ‘Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen’.

In verband met deze terminologische aanpassing wordt in de voorbereidende werken uitdrukkelijk benadrukt dat deze aanpassing een verduidelijking betreft, doch geenszins een inhoudelijke wijziging, en dat deze categorie van aanbieders op zeer ruime wijze dient geïnterpreteerd te worden, en dat de medewerkingsplicht derhalve ook slaat op bedrijven die webdiensten aanbieden zoals die van Yahoo Mail, Hotmail, Gmail, etc., maar evengoed op diensten als Facebook, Twitter, WhatsApp, Instagram en alle andere diensten die onder de nieuwe wettelijke omschrijving vallen (ParI. St. Kamer 2015-16,1966/001,32–33).

Deze zienswijze ligt trouwens in de lijn van het Cybercrime-Verdrag van Boedapest van 23.11.2001 inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, in België bekrachtigd door de Wet van 03.08.2012.

Artikel 18 van dit verdrag verplicht de staten om hun bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te verlenen om te bevelen ‘dat een serviceprovider die zijn diensten aanbiedt, met betrekking tot deze diensten abonnee-informatie overlegt die deze serviceprovider in zijn bezit heeft of tot welks toegang deze gerechtigd is’.

Artikel 1 van dit verdrag omschrijft een serviceprovider als:

iedere publieke of private instelling die aan de gebruikers van haar diensten de mogelijkheid biedt te communiceren met behulp van een computersysteem; iedere andere instelling die computergegevens verwerkt of opslaat ten behoeve van een zodanige communicatiedienst of van de gebruikers van een zodanige dienst.’

Niet alleen webdiensten, zoals Yahoo Mail, Gmail, Hotmail,… vallen onder de medewerkingsplicht, ook diensten zoals, Facebook, Twitter, WhatsApp,… kunnen verplicht worden zaken mede te delen omtrent de telecommunicatie of elektronische communicatiegegevens van gebruikers in het kader van de medewerkingsplicht. het bedrijf ‘Skype’ werd inmiddels ook veroordeeld in een gelijkaardige zaak. De privacy van de gegevens op uw sociale media is dus minstens relatief te noemen …

Len Augustyns

Len Augustyns

Sinds 2000 is Len Augstyns als advocaat actief aan de Antwerpse balie, met uitgebreide expertise in strafrecht, financieel/economisch strafrecht en bijzonder strafrecht. Hij vertegenwoordigt zowel beklaagden als slachtoffers voor verschillende rechtbanken, waaronder het Hof van Cassatie. Zijn focus ligt op een persoonlijke en snelle dossierafhandeling. Als vennoot bij Lens&Maes en Metis Advocaten en de beheerder van een niche-kantoor in Antwerpen, met een tweede kantoor in Brasschaat, heeft hij ruime ervaring. Hij was ook betrokken bij de Orde van Advocaten in Antwerpen en leverde bijdragen aan de juridische literatuur over strafrecht.
advies delen met anderen

Inhoud